Bloembollen
Bloembollen zorgen ieder jaar voor kleur in de tuin en zijn relatief gemakkelijk te verzorgen. Het succes hangt vooral af van het juiste plantmoment en de verzorging na het planten.
Voorjaarsbloeiers
Voorjaarsbloeiers, zoals tulpen, narcissen, krokussen en hyacinten, plant je in het najaar.
- Planttijd: september tot en met december, bij voorkeur voordat de vorst intreedt.
- Waarom in de herfst? De bollen hebben een koudeperiode nodig om in het voorjaar goed tot bloei te komen.
- Plantdiepte: meestal twee tot drie keer zo diep als de bol hoog is.
- Standplaats: bij voorkeur in goed doorlatende grond, zodat de bol niet gaat rotten.
Zomerbloeiers
Zomerbloeiers, zoals dahlia’s, gladiolen, begonia’s en lelies, plant je in het voorjaar.
- Planttijd: april tot en met mei, zodra de kans op nachtvorst klein is.
- Waarom in het voorjaar? Deze bollen en knollen zijn vorstgevoelig en kunnen niet tegen kou.
- Plantdiepte: vaak iets minder diep dan voorjaarsbollen, afhankelijk van de soort.
Verzorging na het planten
- Water geven: geef direct na het planten water, zodat de grond zich sluit rond de bol. Bij droge periodes in het voorjaar of de zomer is extra water nodig.
- Bemesting: gebruik bij het planten eventueel wat organische mest of speciale bollenmest. Dit helpt bij een sterke wortelgroei en betere bloei.
- Na de bloei: laat het blad rustig afsterven. De bladeren voorzien de bol van energie voor het volgende jaar. Haal ze pas weg als ze geel en verdord zijn.
- Bescherming in de winter: zomerbloeiers zoals dahlia’s en begonia’s kun je in de winter het beste uit de grond halen en vorstvrij bewaren.
